Jan NijkampJan Anton Nijkamp (1905-1982) zat op de middelbare school toen de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) werd opgericht. Hij sloot zich vrijwel onmiddellijk aan en werd al gauw een van de meest actieve leden. Nijkamp beschikte over een groot organisatietalent en had een natuurlijk gezag. De Haagse scholier droeg er toe bij dat de jeugdbond in de eerste jaren vorm kreeg en zich niet liet opslokken door de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (NNV); deze was aanvankelijk niet zo gelukkig met het initiatief van de jongeren. In 1924 werd Nijkamp, net 18 jaar oud, gekozen tot voorzitter van de jeugdbond.

Nijkamp studeerde biologie aan de (toen: Rijks) Universiteit Leiden. Daarna werkte hij eerst enkele jaren als wetenschapper en vervolgens als leraar in het middelbaar onderwijs. Ook was hij directeur van de kweekschool voor onderwijzers/essen in Den Helder.

Inmiddels had Nijkamp, vanwege de leeftijdsgrens van de bond, op zijn drieëntwintigste de overstap gemaakt van de NJN naar de NNV. In deze organisatie waartegen hij zich als scholier zo had afgezet, voelde hij zich als volwassene heel goed thuis. Direct na de Tweede Wereldoorlog ondernam Nijkamp stappen om de vereniging, die enigszins was ingeslapen, nieuw leven in te blazen. In 1948 werd hij gekozen tot voorzitter. Onder zijn voorzitterschap vond in de NNV over de hele linie een sterke opbloei van activiteiten plaats en verkreeg die het predicaat ‘koninklijk’ (en werd dus ‘KNNV’).

In hetzelfde jaar (1948) had Nijkamp zijn baan in het onderwijs verruild voor die van directeur van de Gemeentelijke School- en Kindertuinen te Den Haag. Onder zijn bezielende leiding ontstond een hecht team dat vernieuwend werk verrichtte op het gebied van de natuur- en milieu-educatie. De Haagse ideeën over de didactiek van lessen en het inrichten van schooltuinen vonden overal in het land navolging. Veel succes had Nijkamp ook met de uitgave van De Natuur van de Maand, een eenvoudig blaadje voor het onderwijs dat hij 30 jaar verzorgde. Hij deed dat eerst samen met zijn vrouw, later met hulp van anderen zoals Wim Schroevers[1], Jan la Haye[2], Hans de Vrind[3] en Harry Wals[4].

Nijkamp had in 1960 een belangrijk aandeel in de oprichting van het IVN, Instituut voor Natuurbeschermingseducatie, en was de eerste voorzitter van deze organisatie. In deze functie nam hij onder meer het initiatief tot het organiseren van de grootscheepse herdenking van Thijsses honderdste geboortejaar in 1965.

Naast alle werkzaamheden voor de KNNV en het IVN zat Nijkamp ook in het bestuur van andere groene organisaties. Hij vond zelfs nog tijd voor het publiceren van boeken en krantenartikelen. Hij schreef bij voorkeur niet over zeldzame natuurverschijnselen, maar over gewone huis-, tuin- en keukendingen in de natuur. Net als Heimans en Thijsse vond hij het vooral belangrijk dat mensen, jong en oud, leerden goed te kijken in de natuur. Zijn bekendste boek had de toepasselijke titel ‘Zien en ontdekken’. Populair waren ook zijn artikelen in de Haagse krant Het Vaderland. Een aantal van de ongeveer 1000 columns, voorzien van tekeningen van zijn vrouw en dochter, zijn gebundeld onder de titel ‘Ik zie, ik zie wat jij ook kunt zien’.

Nijkamp stierf in 1982; zijn naam leeft onder meer voort in de Jan Nijkampprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge onderzoekers, die de KNNV in 1962 bij zijn afscheid als voorzitter instelde. Daarnaast zijn er de Jan Nijkamplezingen die deze vereniging sinds 1986 organiseert.

Bron

  • Marga Coesèl, in: Heimans en Thijsse nieuwsbrief 26, juni 2004.

Enkele publicaties

Eindnoten

[1]Oud-schoolbioloog Amsterdamse Natuurhistorische Raad.

[2]Oud-medewerker Gemeentelijke Dienst School- en Kindertuinen Den Haag.

[3]Oud-adjunct-directeur Gemeentelijke Dienst School- en Kindertuinen Den Haag.

[4]Zie tekst onder inspirerende personen.