De Nederlandse landbouw staat in een zeer speciale relatie tot het milieu, doordat hij naast een belangrijke bron van milieuschade ook slachtoffer van milieuproblemen is. Het grote aantal relatief kleine bedrijven en de directe relatie met natuur en milieu maken de positie van de agrarische produktiesector bijzonder. Het voortbestaan en het succes van de bedrijfstak is alleen verzekerd als deze binnen afzienbare tijd in staat zal zijn het economische met het ecologische te verenigen in zijn wijze van produceren. Tot voor kort heeft de overheid geprobeerd een dergelijke synthese voornamelijk te bewerkstelligen met behulp van wettelijke voorschriften en regelgeving. Echter, veel boeren zien de milieuwet-en -regelgeving als een bedreiging van hun inkomen en een beperking van hun beroepsvrijheid. De aankondiging van nieuwe overheidsmaatregelen leiden dan ook regelmatig tot protesten en confrontaties. De relatie overheid-agrariër-milieubeweging kan als gespannen worden getypeerd.
Meer recentelijk probeert de overheid ook langs de weg van het beroepsonderwijs duurzaamheid in de landbouw te bevorderen. Echter, aangezien veel leerlingen en leraren uit het agrarisch onderwijs een agrarische achtergrond hebben, staan zij midden in het spanningsveld landbouw-natuur-milieu. Is het mogelijk om in een dergelijk spanningsveld te komen tot een didactiek voor milieugericht agrarisch onderwijs? In dit rapport wordt verslag gedaan van onderzoek dat door de vakgroep Agrarische Onderwijskunde, in samenwerking met docenten uit het middelbaar agrarisch onderwijs, is uitgevoerd naar de ontwikkeling van milieugericht agrarisch onderwijs.
Het onderzoek bestaat uit vier deelonderzoeken. Centraal in deelonderzoek I, staan de opvattingen van docenten ten aanzien van het spanningsveld landbouw-natuur-milieu en hun beeld van recente ontwikkelingen in het middelbaar agrarisch onderwijs. Deelonderzoek II richt zich op de didactische uitgangspunten die docenten kunnen gebruiken bij het beoordelen en ontwikkelen van leerstof. Deelonderzoek III wordt gevormd door een case van het daadwerkelijk ontwikkelen en in de klas gebruiken van milieugericht lesmateriaal door een team van docenten werkzaam op twee lokaties van één AOC. Deelonderzoek IV bestaat uit de wetenschappelijke reflectie op de voorafgaande empirische deelonderzoeken. Methodologisch is zoveel mogelijk gekozen voor een benadering waarin docenten en onderzoekers met elkaar een proces doorlopen van het problematiseren, analyseren, plannen, uitvoeren en evalueren van milieugericht agrarisch onderwijs. Hierbij is reflectie van de deelnemers op het onderzoekproces en op hun eigen ervaringen in de klas essentieel.
De docent probeert met ondersteuning van collega's en externe onderzoeker zijn of haar lespraktijk te verbeteren, terwijl de onderzoeker juist probeert vanuit de praktijk te komen tot theorievorming welke niet los staat van de onderwijswerkelijkheid. Het onderzoek zou gezien kunnen worden als een eerste experiment van de vakgroep op het gebied van ontwikkelingsonderzoek.
