Dit opstel is geschreven voor leraren. Niet om er direct iets mee te doen, maar als materiaal voor een denkpauze. Een denkpauze kun je opvatten als een vorm van zorg voor jezelf. Je neemt even afstand van je werk, en overdenkt de dingen die je hebben bezig gehouden, je leest iets dat je van pas komt of je bespreekt met een collega een probleem in je klas of een nieuw idee. Reflectie, nodig om je werk goed te doen en nodig om te weten waar je mee bezig bent. In deze zin is een denkpauze (professionele) zorg van een leraar voor zichzelf. Je denkt erover na en daardoor houd je jezelf en je werk op orde, houd je het in zekere zin ook nieuw. Deze zorg voor jezelf gaat logisch vóóraf aan zorg voor je leerlingen. Jij moet immers de marsroute wijzen. Zorg voor leerlingen veronderstelt een leraar, die weet waar zij mee bezig is, die weet wat zij wil, wat zij kan en welke hulp zij eventueel nodig heeft. Dit bewustzijn ontwikkelt zich tijdens het onderwijswerk en erna, in de kritische reflectie of evaluatie. De ervaring leert dat dit proces van evaluatie van eigen werk (meestal spontaan en intuïtief, soms heel bewust) het meeste oplevert als het gebeurt met anderen, met collega's vooral, in klein of groot teamverband. Dit opstel is dus geschreven voor het gesprek in de school, voor het gesprek over eigen werk en dat van je collega's, voor zelfreflectie en gedeelde reflectie. Daarmee ontwikkel je kwaliteit. Leraren zijn deze zorg voor zichzelf niet zo gewend.
Onderwijs geven is in de eerste plaats in hun ogen toch vooral een kwestie van doén en daarvoor heb je tips nodig, zoals het heet. Concrete handreikingen en suggesties die 'werken'. Begeleiding van ondetwijs stelt zich hierop ook in. Geen veranderingen of nieuwe taken voor de school, zonder dat daarbij materiaal is ontwikkeld dat leraren direct kunnen gebruiken. Dat is echter slechts één kant van de medaille van de onderwijsontwikkeling. De andere kant is de leraar zelf. Nemen we de orthotheek als voorbeeld. Een orthotheek kan zijn nut pasbewijzen met het verstand van een leraar. Zij moet het probleem formuleren en, afhankelijk van de individuele situatie, telkens beslissen welke materialen en toetsen geschikt zijn en hoe deze moeten worden gebruikt. Gebruik met verstand maakt middelen pas effectief, de middelen zijn het niet uit zichzelf. Het zijn, zo willen we zeggen, de mensen in het onderwijs die het doen. Opvoeding en onderwijs zijn geen bezigheden die je over kunt laten aan methoden, programma's en materialen of die je met goede tips tot stand brengt. Over opvoeding en onderwijs denk je na, denk je eigenlijk voortdurend na, wikkend en wegend, kiezend, evaluerend en beoordelend. Zo doen mensen dat, zo doen leraren dat, ze blijven er met hun verstand bij en zo lukt het ook, hoe geroutineerd je ook bent. Als leraren aan het einde van de dag vermoeid zijn, dan is dit niet alleen van de fysieke, maar evenzeer van de geestelijke inspanning. Aan dit aspect van het onderwijswerk, het denkwerk, is dit boekje gewijd omdat dat grotendeels de kwaliteit van het handelen bepaalt.
