Wat hebben de vernieuwingen in het voortgezet onderwijs en natuur- en milieueducatie (NME) elkaar te bieden? NME heeft de laatste 10 à 15 jaar gefungeerd als een proeftuin voor onderwijs in realistische contexten, rondom thema's die zich niet in één vak laten vangen, die om een gezamenlijke inzet van kennis en van normatieve opvattingen vragen; en voor onderwijs dat leerlingen helpt, in complexe situaties goede vragen te stellen en die te onderzoeken.
Er is nog een andere toenadering te zien: tussen vernieuwing in het onderwijsbeleid en in het milieubeleid. Het onderwijs aan de ene kant wil jongeren meer kansen bieden, te leren in en door de wereld om hen heen; tegelijk vragen de afspraken die in 1992 op de milieutop in Rio de Janeiro zijn gemaakt, overheden om jongeren een actievere rol in de formulering van milieubeleid te gunnen, onder de naam Lokale Agenda 21.
Waarom dit boekje? Uit verschillende evaluatie-onderzoeken die de laatste jaren zijn uitgevoerd, blijkt dat een fors deel van de scholen voor voortgezet onderwijs NME tot zijn activiteiten rekent, en dat ook in de methoden voor een groot aantal vakken NME-doelstellingen zijn uitgewerkt. Toch blijkt er nog veel onzekerheid te zijn over de vraag wat NME nu eigenlijk inhoudt. Vanuit die achtergrond heeft het Procesmanagement Voortgezet
Onderwijs (PMVO) de SLO gevraagd, op twee fronten na te gaan waar consensus over bestaat dan wel waar keuzen gemaakt moeten worden: (1) wat houdt het educatieaspect in en (2) op welke inhoud richt NME zich?
