Verschillende wetenschappelijke studies zien dat moestuinieren positieve effecten kan hebben bij kinderen, zoals een toename in kennis, voorkeuren en consumptie van groente en fruit. Ook zijn er aanwijzingen dat moestuinieren leidt tot betere schoolprestaties, meer lichamelijke activiteit, meer verbinding met de natuur en betere sociale en emotionele vaardigheden. Het Rijksprogramma Jong Leren Eten (JLE) stimuleert scholen om hun leerlingen te onderwijzen over gezonde en duurzame voeding. Dit gebeurt bij voorkeur via ervaringsgerichte activiteiten, zoals moestuinieren, omdat ervaringsgericht leren een belangrijke meerwaarde heeft.
Dit project bestond uit drie onderzoeksactiviteiten. Ten eerste zijn er oriënterende gesprekken (n=4) uitgevoerd met de kerncontactpersonen van de zadenactie. Deze gesprekken hadden als doel om in detail te weten hoe de zadenactie in elkaar steekt, hoe de zaden verspreid worden en welke setting met name gebruik maakt van de zadenactie. Als tweede onderzoeksactiviteit zijn er tien diepte-interviews gehouden met intermediairs (NDE-centra) die betrokken zijn bij de zadenactie. Het doel hiervan was om inzichten op te halen over de verschillende manieren waarop de zadenactie ingezet wordt op basisscholen en de effecten die de zadenactie kan hebben op de moestuinactiviteiten op de basisschool. Als derde is er een vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder basisscholen (n=76) die gebruik maken van de zadenactie. Het doel van dit onderzoek was om te kwantificeren hoe basisscholen de zadenpakketten gebruiken en in hoeverre de zadenactie bijdraagt aan het moestuinieren op school.
