Duurzaam onderwijs biedt niet alleen kansen voor het welzijn van jongeren, hun leerprestaties en het werkgeluk van hun docenten, maar ook voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en ongelijkheid. In het funderend onderwijs blijkt uit diverse onderzoeken dat circa 20–25% van de scholen duurzaamheidskennis en -competenties in het curriculum integreert. Ook in het mbo en hoger onderwijs is hier aandacht voor, zowel in het kerncurriculum als in keuzedelen en minoren. In het primair onderwijs kiest 74% van de leerkrachten voor de pedagogisch-didactische aanpak van buiten lesgeven, al betreft dit slechts 1,2% van de totale lestijd. In het mbo steeg de aandacht voor duurzame pedagogiek en didactiek bij SustainaBul-deelnemers met 11 procentpunt, naar 49%. De Staat van het Duurzaam Onderwijs, uitgebracht door de samenwerkende organisaties binnen Coöperatie Leren voor Morgen, toont in hoeverre onderwijsinstellingen deze kansen pakken, welke duurzame stappen zij zetten en waar ruimte voor verbetering is.
De Staat van het Duurzaam Onderwijs geeft een helder overzicht van hoe onderwijsinstellingen bezig zijn met duurzaamheid en waar kansen liggen voor verdere verankering. Het biedt niet alleen kansen voor het welzijn van jongeren, hun leerprestaties en het werkgeluk van hun docenten, maar ook voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en ongelijkheid. Het rapport laat zien dat scholen in het primair en voortgezet onderwijs, mbo en hoger onderwijs actief zijn op (deelgebieden van) duurzaam onderwijs; in alle onderwijslagen zetten scholen duurzame stappen in hun curriculum, didactiek, docent-professionalisering én bedrijfsvoering. Tot slot toont dit rapport in hoeverre onderwijsinstellingen de kansen pakken die duurzaam onderwijs biedt, welke duurzame stappen zij zetten en waar ruimte voor verbetering is.
